Het ’gat van Verdonk’ dwingt coalitie en oppositie tot bescheidenheid
donderdag, 14 september 2006

Trouw 

Van de veelbesproken groep van 26.000 asielzoekers hebben er inmiddels 8000 alsnog een verblijfsvergunning gekregen. Hun aantal zal naar de verwachting van minister Verdonk van vreemdelingenzaken nog oplopen tot ruim 13.000.

Deze uitkomst van haar project Terugkeer relativeert de kritiek op de zuinigheid die de minister aanvankelijk aan de dag legde tegenover de aandrang uit de samenleving op een specifiek pardon. Zelfs lijkt het erop dat de term ’Terugkeer’ destijds verkeerd is gekozen.

De kritiek op het asielbeleid was onder meer afkomstig van de Vereniging van Nederlandse gemeenten, die drie jaar terug met steun van de oppositie aandrong op legalisering van alle asielzoekers die al langer dan vijf jaar in de procedure zaten. De gemeenten schatten hun aantal op zesduizend. Het pardon van Verdonk zal dus veel ruimer uitpakken. Dat werpt een ander licht op het beeld van haar als de ijzeren poortwachtster van Nederland.

De uitkomst zou de VNG moeten matigen in haar kritiek. De vereniging heeft wat de omvang van het pardon aangaat niet te klagen. Desondanks pleit zij nu opnieuw voor een ruimhartiger toelating. Dat is, zacht gezegd, niet consistent.

Wel terecht blijft de kritiek van de gemeenten dat het asielbeleid van de minister nog altijd niet sluitend is, in de zin dat er ook werk wordt gemaakt van een gecontroleerd uitzetbeleid. Dat gebeurt wel, maar niet afdoende. Van de asielzoekers die geen verblijfsvergunning krijgen, verdwijnt het merendeel in een administratief niemandsland, wat in de praktijk betekent een zwervend bestaan in de illegaliteit.

De minister verwijt de gemeenten dat zij met het opvangen van deze mensen haar beleid frustreren, maar het kan lokale bestuurders, kerken en burgers niet kwalijk worden genomen dat zij mensen helpen die op straat staan.

Dit ’gat van Verdonk’ tussen de administratieve werkelijkheid en de realiteit van de straat valt niet te dichten met een politiek volgens het adagium ’regel is regel’. In zekere zin weerspiegelt het immers de onmacht van de overheid om het vraagstuk van de migratie adequaat aan te pakken. De immense omvang en de menselijke tragiek in individuele gevallen zijn ook nauwelijks te behappen. Dat dwingt tot bescheidenheid, zowel bij de coalitie, die de kwestie van de 26.000 nu politiek heeft opgelost, als de oppositie, die gemakkelijk overvraagt.

Gewijzigd op ( donderdag, 14 september 2006 )